|
Dirigenten van de Schola 1904-1927 Robert Dumez 1934-1938 Gerard Louwaege 1938-1946 Antoon Labeeuw 1947-1952 Paul Van Hee 1952-1961 Lode St.-Martin 1961-1965 Antoon Petillion Dirigenten van Colliemando 1965 - 1995 Arnold Loose 1995 - 2005 Wim Berteloot 2005 - heden Peter Malisse MUSICA INTRA MUROS Al van het prilste begin – zo leert het recent ontsloten muziekarchief – was er een toenemende activiteit van een schoolharmonie en kamerorkest, was er een systematische instrumentale training en stond er een bijwijlen hoog gegrepen vocaal repertoire op het programma. Leerlingenkoor en -orkest traden op bij officieuze en officiële aangelegenheden. Respectievelijk luisterden zij de religieuze en profane feestmomenten op, met het jaarlijkse superiorfeest als hoogtepunt. Maar, ook minder formele bijeenkomsten nodigden uit tot samenzang (vaak actuele onderwerpen op populaire deuntjes) en samenspel (van Bach tot Lehár). Met haar steeds wisselende bevolking staat een schoolse omgeving zelden garant voor een stabiele werking. Dit liet zich vooral gevoelen in de harmonie, daar de beheersing van een instrument toch een hogere drempel inhoudt dan het zingen. In oktober 1851, onder superior Faict, werd de Société St. Cécile gesticht, de schoolharmonie. Zij kende in het laatste decennium van de 19de eeuw een serieuze crisis, die pas na 1910 luwde. Dé glorietijd dateert uit de jaren vijftig, toen onder superior Duforret het gehele intrascolaire cultuurleven een remonte kende. Geregeld ‘brak’ het korps ‘uit’, participeerde het aan de zomerconcerten en marcheerde het in blauwwit tenue door de Roeselaarse straten. Een stralende toekomst tegemoet, zoals hun meest recente uniform symboliseerde: een witte sweater met vlammende zon. Ons Muziek, zoals de schoolharmonie later werd omgedoopt, bleef actief tot het schooljaar 1998-1999. Met de inrichting van de afdeling Wijsbegeerte (rond de eeuwwende) ontwikkelde zich het filosofenkoor. Deze ‘schola’ luisterde de kerkdiensten op met gregoriaans én polyfonie. De vakliteratuur uit Gezelles tijd dichtte het Klein Seminarie, met Johan de Stoop als roerganger, daarom een voortrekkersrol toe in het Cecilianisme, een revival van de oude kerkmuziek, c.q. strijd tegen de ‘ver-opera-tisering’ van de liturgie. Eind 1938 startte Antoon Labeeuw met een knapenkoor, de ‘kleine schola’. Onder Lode St.-Martin (1951-1961) trad de zanggroep steeds meer naar buiten tijdens de stadsconcerten en Kunstavonden en zelfs op de radio. Deze koerswijziging leidde vanaf 1965 tot één ongehoord voorspoedige epoque onder Arnold Loose, die de schola opkrikte tot een van de zeldzame vierstemmige knapenkoren in Vlaanderen. Hij bracht daartoe het zangtalent van de lagere afdeling samen in Canteclaer, wat een ideale voorbereiding kweekschool betekende voor Colliemando, zoals het schoolkoor voortaan heette. Arnold Loose gooide steevast hoge ogen op ondermeer de BRT-koorwedstrijden en Muziekfestival voor de Jeugd in Neerpelt, waar het ooit de titel van ‘laureaat’ in de wacht sleepte. Jeugdopera’s, lp- en cd-opnamen, samenwerkingsverbanden, concertreizen, de ontvangst ten paleize in 1979…: je kan het succesverhaal lezen in de kroniek 20 jaar Colliemando, geschreven door (toenmalige koorleden) Jan Commeine en Kris Declercq (1985). Wim Berteloot zette in 1995 de traditie succesvol verder en verwelkomde de eerste meisjes. Hoogtepunt was een eerste prijs met lof te Neerpelt (1998). Zijn besluit om het dirigentschap op te geven betekende het einde van Colliemando in de oude formule. Vandaag is Colliemando, geleid door Peter Malisse, door toedoen van binnen- en buitenschoolse tendensen aan herbronning en herstructurering toe.
|